---
title: "Architectuur voor een consistente Codex Image Skill"
author: "Tom Neijman"
publisher: "Vic Boomer"
publisher_url: "https://vicboomer.com"
version: "0.1"
status: "werkdocument"
language: "nl"
updated: "2026-09-03"
rights: "© Tom Neijman / Vic Boomer. Alle rechten voorbehouden."
---

# Architectuur voor een consistente Codex Image Skill

> Een Vic Boomer-bron, geschreven door Tom Neijman.
>
> Vic Boomer ontwikkelt software, AI, agents en andere goede ideeën. Dit
> werkdocument beschrijft hoe je AI-beeldproductie als een consistente,
> controleerbare illustratiestudio organiseert.

## Doel

Een goede Codex Image Skill is niet alleen een lange stijlprompt. Het is een kleine digitale artdirector die:

1. een korte creatieve opdracht begrijpt;
2. de juiste merkwereld, visuele stijl, substijl en cast selecteert;
3. daaruit een volledige beeldbriefing samenstelt;
4. een vooraf geteste referentiestrategie kiest;
5. de beschikbare beeldgenerator aanroept;
6. technische controles uitvoert en redactionele keuzes aan een mens voorlegt.

De complete keten is:

> **Merkwereld → cast → hoofdstijl → visual tone of voice → substijl → capaciteitstest → korte opdracht → artdirector/promptcompiler → beeldgenerator → controle → menselijke goedkeuring**

### Belangrijk uitgangspunt

De Codex Skill organiseert het proces, maar bepaalt niet hoe een beeldmodel referenties intern interpreteert. Codex kan dossiers en beelden selecteren, een briefing samenstellen, bestanden versioneren en controles uitvoeren. De Skill kan niet garanderen dat een beeldgenerator een identiteits-, stijl- en compositiereferentie als strikt gescheiden informatie behandelt.

Daarom beschrijft deze architectuur geen denkbeeldige perfecte studio. Zij legt de **best geteste werkwijze voor de werkelijk beschikbare beeldgenerator** vast.

### Twee afzonderlijke processen

De architectuur maakt onderscheid tussen:

| Ontwikkelen en kalibreren | Dagelijks produceren |
|---|---|
| Merkwereld en voorlopige stijl bepalen | Korte opdracht interpreteren |
| Cast en canonieke referenties ontwikkelen | Juiste cast en suit selecteren |
| Referentiestrategieën testen | Geteste referentiestrategie toepassen |
| Golden testset uitvoeren | Beeld genereren en controleren |
| Skill-versie bewust vastleggen | Resultaat door mens laten goedkeuren |

Een geslaagd productiebeeld verandert de Skill niet automatisch. Verbeteringen gaan terug naar de ontwikkelfase en worden pas actief in een nieuwe, bewust goedgekeurde versie.

---

## 0. De merkwereld vastleggen

Beschrijf eerst de wereld waarin alle afbeeldingen bestaan. Dit is de inhoudelijke grondwet van de Codex Image Skill en gaat dieper dan de teken- of fotografiestijl.

Leg bijvoorbeeld vast:

- welke waarden de wereld uitstraalt;
- welke onderwerpen en situaties erbij passen;
- hoe menselijk, technisch, zakelijk of speels zij is;
- hoe realisme en fantasie zich tot elkaar verhouden;
- welke clichés of associaties niet bij het merk horen.

Voor Vic Boomer betekent dit onder meer:

- ervaren maar vooruitstrevend;
- technisch maar menselijk;
- optimistisch zonder reclame-enthousiasme;
- experimenteel maar geloofwaardig;
- eigenzinnig en soms licht absurd;
- nooit generieke corporate AI of generieke sciencefiction.

Twee afbeeldingen kunnen technisch dezelfde tekenstijl hebben en toch niet allebei als Vic Boomer voelen. De merkwereld voorkomt dat.

---

## 1. De vaste cast ontwikkelen

### 1.1 Een startreferentie aanleveren

Per personage begint de ontwikkeling met minimaal één visuele referentie. Dat kan zijn:

- een foto van een echt persoon;
- een eerder door AI gegenereerd personage;
- een samengesteld conceptbeeld;
- meerdere foto's van dezelfde persoon.

Eén afbeelding is voldoende om te beginnen, maar niet ideaal voor blijvende consistentie. Een enkele foto toont bijvoorbeeld niet hoe iemand er van opzij, lachend of ten voeten uit uitziet.

### 1.2 Een tekstueel identiteitsdossier maken

Laat AI de zichtbare kenmerken van de referentie beschrijven en corrigeer die beschrijving vervolgens als artdirector.

Leg per personage vast:

- leeftijdscategorie;
- gezichtsvorm en onderscheidende gelaatstrekken;
- haar en gezichtsbeharing;
- lichaamsbouw;
- houding en manier van bewegen;
- gebruikelijke gezichtsuitdrukking;
- kledingprincipes;
- persoonlijkheid en energie;
- functie binnen de merkwereld;
- kenmerken die nooit mogen veranderen;
- elementen die per scène wel mogen variëren.

Maak daarbij expliciet onderscheid tussen **identiteit** en **verschijning**.

| Identiteit: blijft constant | Verschijning: mag variëren |
|---|---|
| Gezicht en hoofdvorm | Kleding |
| Leeftijd | Pose en activiteit |
| Lichaamsbouw | Omgeving |
| Kenmerkend haar of gezichtsbeharing | Emotie binnen geloofwaardige grenzen |
| Algemene uitstraling | Camerastandpunt en uitsnede |

### 1.3 Een character sheet genereren

Laat vanuit de goedgekeurde startreferentie een referentieblad maken met bijvoorbeeld:

- vooraanzicht;
- driekwartaanzicht;
- profiel;
- volledige lichaamsbouw;
- neutrale, geconcentreerde en enthousiaste uitdrukking;
- enkele typerende houdingen.

Selecteer alleen beelden waarin het personage werkelijk herkenbaar is. Maak daarna onderscheid tussen de oorspronkelijke bron en afgeleide beelden.

- **Canonieke identiteitsreferenties:** de originele foto of een kleine, expliciet goedgekeurde set die bepaalt wie het personage is.
- **Afgeleide character sheets:** hulpmiddelen voor aanzichten, expressies en lichaamshouding.
- **Productiebeelden:** resultaten van concrete opdrachten; deze worden niet vanzelf identiteitsreferenties.

Na goedkeuring wordt de canonieke identiteitsset bevroren. Een nieuw gegenereerd beeld mag alleen na een bewuste herziening aan die set worden toegevoegd. Zo voorkom je identiteitsdrift: een steeds verder afwijkende kopie van een eerdere kopie.

### 1.4 De referentiehiërarchie bepalen

Leg vast welke bron bij tegenstrijdigheden voorrang krijgt:

1. goedgekeurde visuele identiteitsreferentie;
2. vaste tekstuele identiteitskenmerken;
3. aangevraagde pose, emotie en activiteit;
4. vrije creatieve invulling.

Een opdracht mag dus de kleding of activiteit van een personage veranderen, maar niet ongemerkt diens gezicht, leeftijd of lichaamsbouw.

Bij een conflict heeft de oorspronkelijke, canonieke referentie altijd voorrang boven een later gegenereerd productiebeeld.

---

## 2. De centrale visuele stijlgids maken

De hoofdstijl bepaalt wat alle afbeeldingen zichtbaar met elkaar gemeen hebben. De eerste versie is een werkhypothese: de definitieve stijlgids ontstaat door breed te verkennen, goede en slechte resultaten te selecteren en daarna de terugkerende eigenschappen te benoemen.

### 2.1 Het beeldmedium kiezen

Leg de fundamentele beeldvorm vast:

- fotografie;
- getekende illustratie;
- schilderachtig beeld;
- collage;
- driedimensionale render;
- technische prent;
- een vastgelegde combinatie hiervan.

Bij Vic Boomer is dat een verfijnde retro-technische redactionele illustratie die als drukwerk aanvoelt.

### 2.2 De formele beeldgrammatica vastleggen

Een omschrijving als ‘retro getekend’ is te algemeen. Beschrijf concreet hoe ieder beeld wordt opgebouwd:

- type lijnen en lijndikte;
- arcering, halftone en stippling;
- detailniveau;
- materiaalweergave;
- kleurenpalet;
- licht en schaduw;
- papier- of oppervlaktetextuur;
- dieptewerking;
- anatomische verhoudingen;
- hardheid of zachtheid van vormen;
- toegestane en verboden digitale effecten.

Gebruik waar nodig exacte grenzen. Voor Vic Boomer bijvoorbeeld:

- warm ivoorkleurig papier;
- donker marineblauw-zwart als hoofdinkt;
- één gekozen steunkleur;
- geen digitale gradients;
- de steunkleur beslaat ongeveer 15–25% van het beeld.

### 2.3 De compositietaal bepalen

Compositie heeft grote invloed op de herkenbaarheid van een beeldreeks. Leg daarom vast:

- het gebruikelijke aantal hoofdonderwerpen;
- de hoeveelheid negatieve ruimte;
- symmetrische of asymmetrische voorkeur;
- close-up, middenshot of totaalbeeld;
- rustige of dynamische ordening;
- centrale of decentrale focus;
- behandeling van achtergronden;
- leesbaarheid op het uiteindelijke formaat;
- veilige uitsneden voor kaarten, banners of andere toepassingen.

Voor Vic Boomer geldt bijvoorbeeld:

- één onmiddellijk begrijpelijk beeldidee;
- meestal één tot vier hoofdelementen;
- een rustige achtergrond;
- de rijkste details in het hoofdonderwerp;
- van afstand eenvoudig, van dichtbij rijker.

### 2.4 Referentiekunst ontleden

Je kunt fotografen, illustratoren, tijdschriften, ontwerpstromingen of historische druktechnieken als inspiratie gebruiken. Benoem vervolgens per referentie welke concrete eigenschap je wilt overnemen.

Dus niet alleen:

> Zoals fotograaf X en tekenaar Y.

Maar bijvoorbeeld:

> Van X gebruiken we de centrale rust en negatieve ruimte. Van Y gebruiken we het technische lijnwerk. Van Z gebruiken we de documentaire geloofwaardigheid.

Zo wordt de stijlgids zelfstandig, beter reproduceerbaar en niet afhankelijk van de naam van één maker.

### 2.5 De stijlgids door selectie aanscherpen

Ontwikkel een visuele stijl in deze volgorde:

```text
Voorlopige richting
→ breed genereren
→ selecteren en afwijzen
→ overeenkomsten analyseren
→ stijlgids formuleren
→ opnieuw testen
→ stijlgids corrigeren en bevriezen
```

De selectie is uiteindelijk belangrijker dan de eerste tekstuele beschrijving. De stijlgids probeert de eigenschappen van de goedgekeurde selectie reproduceerbaar te maken.

---

## 3. De visual tone of voice bepalen

De visual tone of voice is niet hetzelfde als de beeldstijl. Hij bepaalt wat een afbeelding emotioneel en communicatief uitstraalt.

Een merk kan zijn positie op vaste assen beschrijven:

| As | Mogelijke Vic Boomer-positie |
|---|---|
| Zakelijk ↔ speels | Zakelijk met eigenzinnige humor |
| Rustig ↔ uitbundig | Rustig energiek |
| Technisch ↔ menselijk | Technisch én menselijk |
| Nostalgisch ↔ futuristisch | Oude beeldtaal, moderne onderwerpen |
| Realistisch ↔ absurd | Geloofwaardig met één vreemde gedachte |
| Senior ↔ jeugdig | Senioriteit met jeugdige nieuwsgierigheid |
| Informatief ↔ reclameachtig | Redactioneel, nooit glad reclameachtig |

Leg tevens expliciete merkgrenzen vast, bijvoorbeeld:

- niet kinderachtig;
- niet overdreven enthousiast;
- geen lachende stockfotomensen;
- geen corporate handdrukken;
- geen hersenen met printplaten;
- geen blauwe hologrammen;
- geen willekeurige robots;
- geen futuristische details zonder inhoudelijke functie.

Gebruik deze verboden patronen vooral bij beoordeling en alleen gericht in een generatiebriefing wanneer tests aantonen dat een probleem vaak terugkomt. Formuleer waar mogelijk positief wat er wél moet verschijnen. Beschrijf bijvoorbeeld liever een concrete, niet-menselijke voorstelling van AI dan uitsluitend een lange lijst met verboden robots, hologrammen en dashboards mee te geven.

---

## 4. Substijlen of suits ontwerpen

Substijlen erven altijd de centrale merkwereld, beeldstijl en tone of voice. Ze mogen slechts een beperkt aantal eigenschappen overschrijven.

| Suit | Beeldkarakter | Steunkleur | Typische inhoud |
|---|---|---|---|
| Diensten | Menselijk, helder en professioneel | Cyaan | Samenwerken, adviseren en bouwen |
| Producten | Tastbaar en geconstrueerd | Groen of blauwgroen | Objecten, systemen en verpakkingen |
| Experimenten | Onderzoekend en verrassend | Elektrisch blauw of violet | Proeven, machines en onverwachte combinaties |
| Kennis | Redactioneel en verklarend | Oker of een andere vaste kenniskleur | Modellen, ideeën, uitleg en schema's |

Per substijl kunnen onder meer deze aspecten variëren:

- steunkleur;
- compositie-accent;
- soort beeldmetafoor;
- gebruikelijk type onderwerp;
- mate van dynamiek;
- verhouding tussen mensen, objecten en schema's.

De centrale regel is:

```text
Basissysteem
+ gekozen suit
+ gekozen cast
+ concrete opdracht
= volledige beeldbriefing
```

Een substijl mag nooit zoveel veranderen dat een nieuwe, losstaande beeldwereld ontstaat.

---

## Voorafgaand aan productie: de capaciteitstest

Zodra de voorlopige merkwereld, cast en stijlreferenties beschikbaar zijn, test je wat de beschikbare beeldgenerator in de praktijk aankan. Dit voorkomt dat de definitieve Skill functies veronderstelt die het onderliggende model niet betrouwbaar uitvoert.

Gebruik een kleine vaste proefset met dezelfde personages en scènes. Vergelijk bijvoorbeeld:

| Strategie | Wat wordt getest? |
|---|---|
| Eén originele foto | Basale identiteitsconsistentie |
| Alleen een character sheet | Of meerdere aanzichten helpen of verwarren |
| Foto plus character sheet | Of de combinatie de identiteit versterkt |
| Character sheet plus mensvrije stijlreferentie | Stijloverdracht zonder tweede gezicht |
| Character sheet plus stijlreferentie met een ander persoon | Risico op gezichtsvermenging |
| Tekstuele compositiebeschrijving | Compositie zonder extra beeldreferentie |
| Losse compositiereferentie | Of de compositie helpt zonder identiteit of stijl te besmetten |
| Eén samengesteld referentieblad | Of een gecombineerd en gelabeld overzicht beter werkt |

Genereer per relevante strategie meerdere uiteenlopende scènes. Beoordeel niet alleen het mooiste resultaat, maar de betrouwbaarheid over de hele reeks.

Leg de uitkomst vast in een compact **capability profile**:

- welke beeldgenerator of modelvariant is getest;
- welke combinatie van referenties betrouwbaar werkt;
- welke combinaties gezichten, kleding of stijl vermengen;
- of compositie beter als tekst of als beeld wordt aangeboden;
- hoeveel referentiebeelden zinvol zijn;
- welke instellingen of beperkingen gelden;
- op welke datum en met welke testset dit is vastgesteld.

De productie-Skill gebruikt daarna alleen strategieën die tijdens deze test voldoende betrouwbaar zijn gebleken.

---

## 5. De korte gebruikersprompt

De gebruiker schrijft een creatieve opdracht, geen volledige generatieprompt. Bijvoorbeeld:

> Tom bouwt samen met een AI-agent een nieuwe wereld, voor een Experimentenkaart.

De Skill leidt hieruit af:

- personage: Tom;
- activiteit: bouwen;
- abstract concept: samenwerking met AI;
- suit: Experimenten;
- toepassing: verticale kaart;
- hoofdgedachte: Tom en AI construeren samen iets nieuws.

Als niet-essentiële gegevens ontbreken, vult de Skill die zelfstandig in binnen de merkregels. Alleen wanneer een ontbrekende keuze de uitkomst wezenlijk verandert, stelt hij een vraag.

---

## 6. De artdirector- of promptcompilerlaag

Deze laag vormt de kern van de Codex Image Skill. Hij vertaalt de korte gebruikersopdracht naar een gestructureerd beeldplan.

Een intern beeldplan kan er zo uitzien:

```yaml
visual_idea: Tom en AI bouwen samen een nieuwe wereld
cast:
  - Tom Neijman
identity_references:
  - tom/canonical/source-photo.png
capability_profile: codex-image-route-v1
reference_strategy:
  identity: canonical-photo-plus-approved-sheet
  style: people-free-style-reference
  composition: text-only
suit: experimenten
major_elements:
  - Tom
  - fysieke bouwconstructie
  - abstracte AI-assistent
composition: rustig en direct leesbaar
spot_color: elektrisch blauw-violet
background: minimale technische werkruimte
format: verticale trading card
scene_solution: een niet-menselijke AI-assistent als fysieke technische constructie
avoid_if_recurrently_needed:
  - robotcliché
  - holografisch dashboard
  - drukke sciencefictionstad
```

Daarna stelt de Skill de uiteindelijke generatieprompt samen uit:

1. de centrale Vic Boomer-stijl;
2. de gekozen substijl;
3. het relevante castdossier;
4. de canonieke visuele identiteitsreferentie;
5. de compositieregels;
6. het kaart-, banner- of publicatieformaat;
7. de concrete scène;
8. het capability profile met de geteste referentiestrategie;
9. alleen de relevante, aantoonbaar noodzakelijke verboden patronen.

De volledige bibliotheek hoeft niet bij iedere generatie te worden geladen. De promptcompiler selecteert alleen wat voor deze opdracht nodig is.

---

## 7. De beeldgenerator via Codex aanroepen

Codex geeft de beschikbare beeldgenerator:

- de samengestelde beeldprompt;
- de juiste personagereferenties;
- eventueel een stijlreferentie;
- eventueel een compositiereferentie;
- formaat en beeldverhouding;
- eventueel een eerder beeld dat gericht moet worden aangepast.

De verschillende referenties hebben vanuit de Skill elk een bedoelde functie:

| Referentietype | Bedoelde functie | Belangrijkste risico |
|---|---|---|
| Identiteitsreferentie | Dit is Tom, Eo Ena of een ander vast personage | Het model verandert toch leeftijd, gezicht of bouw |
| Stijlreferentie | Zo ziet de Vic Boomer-wereld eruit | Een afgebeelde persoon besmet de castidentiteit |
| Compositiereferentie | Zo moeten de hoofdelementen ongeveer worden geordend | Het model neemt ook personen, objecten of stijl over |

Deze rollen zijn geen gegarandeerde, technisch gescheiden kanalen. De Skill beperkt vermenging door alleen de in de capaciteitstest bewezen strategie te gebruiken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen:

- uitsluitend canonieke castreferenties meesturen;
- stijlvoorbeelden zonder mensen gebruiken;
- compositie liever tekstueel beschrijven;
- een compositiereferentie alleen gebruiken als tests geen identiteitsvermenging tonen;
- meerdere functies in één samengesteld referentieblad combineren als juist dát aantoonbaar beter werkt.

### Tekst in het beeld

Leg een expliciete typografieregel vast. Voor een kaartensysteem ligt deze standaard voor de hand:

> De Skill genereert uitsluitend het beeldvlak. Titels, labels, kaartcodes, logo's en andere typografie worden buiten het gegenereerde beeld door het kaartsysteem geplaatst, tenzij de gebruiker uitdrukkelijk om geïntegreerde tekst vraagt.

### Reproduceerbaarheid

Bewaar per productie minimaal:

- Skill-versie;
- gebruikte beeldgenerator of modelvariant;
- volledige samengestelde briefing;
- gebruikte referentiebestanden en hun versies;
- formaat en beeldverhouding;
- datum;
- beschikbare generatie-ID, seed of andere reproduceerbaarheidsinformatie.

Een seed is nuttig wanneer de voorziening die ondersteunt, maar versiebeheer van Skill, briefing en referenties is fundamenteler.

---

## 8. De kwaliteitscontrole uitvoeren

Na iedere generatie volgt een vaste beoordeling. Niet alle controles zijn even objectief of automatiseerbaar.

| Controle | Kernvraag |
|---|---|
| Cast | Is het personage werkelijk herkenbaar als zichzelf? |
| Stijl | Is dit onmiddellijk herkenbaar als de centrale beeldwereld? |
| Suit | Is de categorie zichtbaar zonder een andere wereld te worden? |
| Kleur | Kloppen papier, hoofdinkt, steunkleur en kleurverhouding? |
| Compositie | Is er één duidelijk beeldidee? |
| Formaat | Werkt het beeld in de bedoelde kaart, banner of publicatie? |
| Tone of voice | Is het volwassen, eigenzinnig en geloofwaardig? |
| Verboden patronen | Zijn clichés of ongewenste elementen binnengeslopen? |

Splits de controle daarom in drie lagen:

| Laag | Voorbeelden | Beslissing |
|---|---|---|
| Hard technisch | Afmetingen, verhouding, bestandsformaat, transparantie, bestandsgrootte | Automatisch goed- of afkeuren |
| Detecteerbaar maar onzeker | Onbedoelde tekst, extra personen, globale kleurverhouding, verboden objecten | Signaleren en bij twijfel voorleggen |
| Redactioneel | Lijkt Tom werkelijk op Tom? Voelt het als Vic Boomer? Is de compositie volwassen en eigenzinnig? | Altijd menselijke beoordeling |

Gebruik geen schijnprecisie voor smaak of identiteit. Een score als ‘Tom-consistentie: 4,3’ is niet betrouwbaar genoeg om zelfstandig over goedkeuring te beslissen.

De Skill mag technische fouten automatisch laten corrigeren. Bij identiteit, stijl en tone of voice presenteert hij zijn observaties en vraagt hij om menselijke goedkeuring.

---

## 9. Menselijke goedkeuring en gecontroleerd leren

Niet ieder technisch correct beeld verdient een plaats in de vaste stijlbibliotheek. De menselijke artdirector blijft eindredacteur.

Na beoordeling zijn er drie mogelijke uitkomsten:

1. goedgekeurd als eenmalig resultaat;
2. goedgekeurd én toegevoegd als nieuw stijl- of compositievoorbeeld;
3. afgekeurd en eventueel bewaard als tegenvoorbeeld.

Een productiebeeld wordt nooit automatisch een canonieke castreferentie. Ook een nieuw stijlvoorbeeld verandert de actieve Skill niet vanzelf. De menselijke artdirector beslist of de ontwikkelset wordt aangepast, voert daarna de golden testset opnieuw uit en legt het resultaat vast als een nieuwe Skill-versie.

---

## De totale architectuur

```mermaid
flowchart TD
    A["Merkwereld, stijl en cast"] --> B["Capaciteitstest en golden set"]
    B --> C["Bevroren Skill-versie"]
    D["Korte gebruikersprompt"] --> E["Codex artdirector"]
    C --> E
    E --> F["Beeldgenerator"]
    F --> G["Technische controle"]
    G --> H["Menselijke beoordeling"]
    H -->|"Correctie"| E
    H -->|"Goedgekeurd"| I["Productieresultaat"]
```

---

## Aanbevolen mappenstructuur

```text
vic-boomer-image/
├── SKILL.md
│
├── references/
│   ├── brand-world.md
│   ├── capability-profile.md
│   ├── master-visual-style.md
│   ├── visual-tone-of-voice.md
│   ├── composition-guide.md
│   ├── forbidden-patterns.md
│   ├── typography-policy.md
│   │
│   ├── cast/
│   │   ├── tom-neijman.md
│   │   ├── eo-ena.md
│   │   ├── martin-newman.md
│   │   └── helena.md
│   │
│   └── suits/
│       ├── services.md
│       ├── products.md
│       ├── experiments.md
│       └── knowledge.md
│
├── assets/
│   ├── cast/
│   │   ├── tom/
│   │   │   ├── canonical/
│   │   │   └── derived-sheets/
│   │   ├── eo-ena/
│   │   ├── martin/
│   │   └── helena/
│   ├── style-examples/
│   ├── composition-examples/
│   └── counterexamples/
│
├── templates/
│   ├── scene-brief.md
│   ├── generation-prompt.md
│   └── run-record.md
│
└── evals/
    ├── golden-cases.md
    ├── expected-behavior.md
    └── quality-rubric.md
```

`SKILL.md` blijft in deze architectuur relatief compact. Het bestand is de regisseur die bepaalt:

- welke bronnen voor een opdracht moeten worden geladen;
- welke beslisvolgorde moet worden gevolgd;
- hoe de beeldbriefing wordt samengesteld;
- welke geteste referentiestrategie wordt gebruikt;
- wanneer de beschikbare beeldgenerator wordt aangeroepen;
- hoe het resultaat wordt beoordeeld.

De uitgebreide merkkennis, castdossiers, stijlregels, voorbeelden en evaluaties staan in afzonderlijke bestanden.

---

## De golden testset

De golden testset is geen lege lijst met voorbeeldprompts, maar de vaste regressietest van de Skill. Iedere case bevat:

- de korte gebruikersopdracht;
- de verwachte cast en suit;
- de te gebruiken referentiestrategie;
- harde technische eisen;
- herkenningspunten die behouden moeten blijven;
- bekende risico's;
- één of meer door de mens goedgekeurde referentieresultaten.

Een compacte maar bruikbare set bevat minstens:

1. één castlid in een eenvoudige scène;
2. hetzelfde castlid in een ongebruikelijke houding;
3. twee vaste personages samen;
4. een onderwerp zonder mensen;
5. ten minste één opdracht per suit;
6. een abstract software- of AI-concept;
7. een tastbaar product;
8. een verticale kaart;
9. een brede banner;
10. een moeilijke scène met aantoonbaar risico op clichés of referentievermenging.

Voer deze set opnieuw uit wanneer de hoofdstijl, canonieke cast, generator, referentiestrategie of belangrijke Skill-instructies veranderen.

---

## Vast ontwikkelrecept voor een nieuwe Codex Image Skill

Voor een leek kan het hele bouwproces tot deze praktische stappen worden teruggebracht:

1. **Omschrijf de merkwereld voorlopig.** Bepaal wat de wereld inhoudelijk en emotioneel onderscheidt.
2. **Ontwikkel de cast.** Geef bronbeelden, maak identiteitsdossiers en selecteer canonieke referenties.
3. **Verken de hoofdstijl breed.** Genereer verschillende richtingen en selecteer wat wel en niet werkt.
4. **Formuleer de stijlgids.** Leg op basis van de selectie medium, beeldgrammatica, kleur, licht, textuur en compositie vast.
5. **Bepaal de visual tone of voice.** Leg gewenste merkuitstraling en belangrijke merkgrenzen vast.
6. **Definieer substijlen.** Laat categorieën alleen enkele gecontroleerde eigenschappen overschrijven.
7. **Voer de capaciteitstest uit.** Stel vast welke referentiestrategie met de beschikbare generator werkelijk betrouwbaar is.
8. **Ontwerp de promptcompiler.** Laat Codex een korte creatieve opdracht omzetten in een volledige beeldbriefing.
9. **Maak de golden testset.** Test cast, stijl, suits, formaten en moeilijke randgevallen.
10. **Bevries een Skill-versie.** Leg stijl, canonieke cast, capability profile en tests samen vast.
11. **Gebruik de Skill in productie.** Werk met de samengestelde briefing en alleen de bewezen referentiestrategie.
12. **Controleer in lagen.** Automatiseer harde technische eisen en laat identiteit, stijl en smaak door een mens beoordelen.

## Kerninzicht

Het technische handwerk wordt steeds kleiner. De menselijke waarde zit vooral in:

- het herkennen van een onderscheidende beeldtaal;
- het selecteren van sterke referentiebeelden;
- het benoemen van subtiele verschillen;
- het afbakenen van wat constant moet blijven;
- het herkennen en afwijzen van generieke resultaten;
- het bewaken van personage- en merkconsistentie.

Je bouwt dus geen tekenmodel en Codex garandeert zelf geen beeldconsistentie. Je organiseert een overdraagbare illustratiestudio met een vaste merkwereld, bevroren cast, stijlgids, empirisch geteste referentiestrategie, productieproces en menselijke kwaliteitsbewaking.

---

## Colofon

**Auteur:** Tom Neijman

**Uitgever:** [Vic Boomer](https://vicboomer.com)

**Versie:** 0.1 · 3 september 2026

**Status:** Werkdocument

**Rechten:** © Tom Neijman / Vic Boomer. Alle rechten voorbehouden.

**Citeren als:** Tom Neijman, *Architectuur voor een consistente Codex Image
Skill*, Vic Boomer, versie 0.1, 2026.
